STOP DE ARMOEDE

 

Kan uitsluiting blijven duren?

Jaar na jaar brengt het Priester Daensfonds een lezing met debat over armoede. Te weinigen liggen hier van wakker, terwijl er nochtans reeds heel wat interessante ervaringen en inzichten zijn. Dit jaar zou vooral de sociaal-economische uitsluiting belicht worden. Alle bedrijven, aangesloten bij de Kamer van Koophandel, werden hierop uitgenodigd. Niemand, maar dan ook niemand, daagde op van die kant. Wel present waren een reeks onvermoeibare basiswerkers, gemeenteraadsleden, leden van het Daensfonds en andere belangstellenden. En… een spreker die terdege weet waarover het gaat en op de koop toe nog een optimistisch geluid kon laten horen.

De kans is groter dat u er niet bij was dan wel. U miste het life getuigenis, de aanstekelijke gedrevenheid van Bert Boone, die in 1996 niet voor niets uitgeroepen werd tot Sociaal Ondernemer van het jaar. Hij bracht met de Werkgaard in de praktijk wat velen niet meer aandurven: kansen geven aan kansarmen op de arbeidsmarkt.
Vandaag is hij algemeen directeur van de vzw De Hagewinde, een welzijnsvoorziening in Lokeren.
In een zeer beeldrijke taal en daardoor ook bijzonder toegankelijk, hield hij ons allen, als samenleving (burgers, overheid, werknemers, werkgevers…) een spiegel voor.
Het is echt wel de moeite waard om zelfs kleine veranderingen door te voeren, stelde hij aan het begin van zijn betoog. Allerhande ervaringen uit zijn eigen praktijk zouden het verder aantonen.
U was er niet? Graag hierna de algemene lijn.



Mechanismen
Uitsluiting vraagt om zicht te krijgen op de mechanismen die erachter steken. Precies deze mechanismen proberen te pakken te krijgen, voorkomt dat we blijven brandjes blussen in de strijd tegen uitsluiting.
Besef:
1. Maatschappelijke uitsluiting begint zeer jong. Kansen en interesses worden van jongsaf aan afgeleerd door de sociaal-financiële situatie.
2. Om je rechten te doen gelden, moet je als burger telkens zelf actie ondernemen. Blijkbaar beschikt de middenklasse over een beter netwerk om geïnformeerd te geraken en te genieten van de sociale maatregelen. Het blijft jammer dat rechten niet als vanzelfsprekend worden toegepast.
3. De welzijns- en hulpverleningswereld wordt te zeer door de middenklasse georganiseerd. In de opbouw van een samenleving is het belangrijk dat iedereen eraan deelachtig kan zijn.
Bijv.
- toegankelijkheid van treinen (denken de ingenieurs er voldoende aan dat ook gehandicapten op de trein willen?)
- vereenvoudiging administratie (wie is er de dupe van als alles zo ingewikkeld is?)
- geen aparte voorzieningen (maar zorgen dat de algemene voorzieningen voor iedereen toegankelijk zijn).
In het verzet tegen de sociale uitsluiting zijn hefbomen belangrijk. Er zijn er meer dan wel eens gedacht wordt. Vanuit drie invalshoeken (burger / overheid / bedrijf) vermeldde Boone:


De burger
1. Het is belangrijk dat elke burger zich bewust is van uitsluitingsmechanismen. Inzicht hierin is een voorwaarde om oplossingsgericht te werken.
2. De consument en gebruiker van goederen en diensten heeft de vrijheid om waardenbewust te kiezen. Voor bedrijven en organisaties van de toekomst zal de dienst of het product op zich niet meer volstaan. Gebruikers zullen willen weten welk gezicht en waarde erachter zit (denk aan het succes van de Schone Klerencampagne, Wereldwinkelproducten, ethisch beleggen,…)
3. Elkeen heeft van op zijn of haar werkplek de kans om bij te dragen tegen uitsluiting. Hoe ga ik om met pestgedrag ? Hoe onthaal ik stagiairs ? Hoe onthaal ik nieuwe medewerkers ? Zoek ik ook sociaal contact met hen in de werkpauzes?


De overheid
4. De overheid dient werkgevers en werkzoekenden die stappen zetten te belonen door een vereenvoudiging in administratieve regelgeving.
5. De overheid kan beleidsmatig bedrijven stimuleren om naast de financiële resultaten ook de sociale beleidsvoering kracht te geven (bijv. komt de vorming en bijscholing ook arbeiders ten goede?)


De bedrijfscultuur
6. Bedrijven moeten leren werken met de aanwezige talenten van medewerkers en werkzoekenden en zich niet focussen op de tekorten (wat er niet is).
Geleidelijk werk je op maat van mensen in plaats van profielen.
7. Een bedrijf heeft verschillende soorten mensen nodig om iets uit te bouwen. Klonenbedrijven van gelijken (bijv. enkel hooggeschoolden) hebben minder overlevingskans dan bedrijven die een weerspiegeling zijn van de samenleving.

In plaats van te werken naar gelijkheid (en het verwerken van de verschillen) wordt het vooral de kunst om verschil te respecteren, te waarderen en ermee om te gaan.
Het verschil maakt de som.

Peter Dauwe

(uit Daens Vandaag, 24e jaargang, nr. 5)